Verslag 41: Australie
Vergeefs wachten op een goed weervenster
Begin mei zijn we klaar om vanuit Nieuw-Zeeland te vertrekken richting Brisbane, Australië. We varen naar de meest noordelijke haven voor vertrek, Opua, en dan begint het wachten. Wachten op een periode van zuidelijke of oostelijk wind en wachten tot de ene na de andere depressie met westenwind voorbij trekt. Maar het gewenste weervenster komt alsmaar niet. We vermaken ons overigens goed met mooie wandelingen en bezoek aan onze Nieuw-Zeelandse vrienden Gordon en Louise. Echter na twee weken, waarin het weer steeds natter en frisser wordt, besluiten we om Avalon in NZ achter te laten en naar Australië te vliegen. Op die manier houden we een periode van vier weken over om per auto en camper door Australië te trekken. Geert zal in juli terugvliegen naar NZ om Avalon alsnog via Australië ‘richting huis’ te varen.
Sydney; van strafkolonie tot surfstrand
We vliegen naar Sydney en gedurende drie dagen doorkruisen we deze grootste stad van Australië. Ons hotel is gevestigd in een enorm voormalig pakhuis voor schapenwol. Voordat de Britten en Schotten zich hier eind 18e eeuw vestigden woonden er in dit gebied al tienduizenden (!) jaren Aboriginals. De Abo’s werden verdreven, gingen dood aan westerse ziekten, werden gedwongen om zich aan te passen en verder genegeerd. Sydney was aanvankelijk een Britse strafkolonie en veranderde in de loop der jaren in een grote en bloeiende koloniale handelsstad. Schapenvlees, wol en later goud waren belangrijke exportproducten. De bezienswaardigheden die de meeste indruk op ons maakten: (in niet willekeurige volgorde) Het ontwerp en de bouw van het Opera House, de wolkenkrabbers, de musea voor moderne kunst, het surfstrand van Bondi Beach en een zeeaquarium met o.a. grote witte haaien.
Blue Mountains
Zo’n zestig kilometer landinwaarts liggen de Blue Mountains. We rijden er met een huurauto naar toe en hoewel het regenachtig en mistig is (het is hier herfst) doen we een paar prachtige wandelingen door dit spectaculaire landschap van steile kliffen en hoge watervallen. De dorpjes ademen een dromerige sfeer van oud toerisme en oud geld. Nooit zagen we zo veel dure antiek-, kunst-, kleding-, katten- en gezondheidswinkeltjes bij elkaar.
Daintree Forest
Onze volgende bestemming, Cairns, bereiken we per vliegtuig. We huren een camper en zijn van plan om in twee weken af te zakken naar Brisbane. Maar eerst gaan we een stukje naar het noorden, naar het Daintree Forest, een regenwoud dat zich uitstrekt tot op de stranden van de Pacific die hier overigens de Coral Sea heet. Kamperen in het donkere regenwoud heeft iets spannends, vooral omdat we weten dat hier in Australië (in tegenstelling tot Nieuw-Zeeland) wél gevaarlijke dieren voorkomen. Spinnen en slangen zijn onze grootste zorg, maar de terreineigenaar zegt dat we ons niet druk moeten maken. Bijna recht boven ons hangt een kolonie vleerhonden. Afgezien van wat herrie en af en toe een vallende keutel hebben we daar weinig last van.
Krokodillen
De grootste gevaar in dit gebied is echter de zoutwater krokodil. Dit miljoenen jaren oude dier houdt zich op in de mondingen van kreken en riviertjes, waar het jaagt op vissen, vogels, slangen, kikkers maar ook zoogdieren en, als ze de kans krijgen, mensen. We willen ze graag – op een veilige manier - zien en kopen kaartjes voor een excursie. De gids vaart zijn elektrische boot behoedzaam langs de oevers en wijst af en toe een kikker of een slang aan. En ja hoor: daar ligt een krokodil. Zij is een metertje of twee lang en verroert zich niet. Een filmpje van een paar dagen geleden laat zien dat deze krokodil verticaal een meter uit het water springt om in één hap een slang én een kikker te pakken. Geconcentreerd varen we verder. “Kijk Scarface!” roept de gids. In een breder stuk van de kreek zwemt de (6 meter lange) alpha krokodil. De gids heeft hem een naam gegeven. Het dier onderhoudt liefdesrelaties met een stuk of zeven vrouwtjes die ieder in een zijstroompje verblijven. Concurrerende mannetjes worden met veel geweld buiten de kreek gehouden. Indrukwekkend.
Snorkelen op het Great Barrier Reef
Het bekendste rif ter wereld is natuurlijk het Great Barrier Reef: duizenden kilometers koraal evenwijdig aan de Australische oostkust groter en mooier dan waar ook. Hoewel we tijdens onze tocht over de Pacific al heel veel bij koraal gesnorkeld hebben, willen hier natuurlijk ook gaan kijken. Vanuit Port Douglas boeken we een dagtocht. We varen met een rotgang naar drie snorkel- en duikplekken, waar we samen met de ander zeventig gasten te water gaan om ons aan het koraal en de vissen te vergapen. Hoewel een beetje massaal, is het zeker de moeite waard. Nergens zagen we zo veel kleuren en zulke hoge koraalwanden.
Met de camper zuidwaarts
In de 2 weken durende rit naar het zuiden rijden we bijna onafgebroken tussen de suikerrietvelden door. Zo afwisselend als het landschap in NZ was, zo eentonig is het in het supergrote Australië. Maar we laten ons blij verrassen door de hier levende wilde dieren.
In Sydney zagen we de witte Ibis, door de locals de bin chicken genoemd omdat ze graag de vuilnisbakken in de parken overhoop halen op zoek naar etensresten. Op verschillende plekken lachen we om de luid-kwetterende kaketoe, de witte vogel met gele kuif die ook voedsel van toeristen lust. We zien ze op hoofd en schouders zitten van picknickende Aziaten die er veel pret om hebben. Maar de spannendste vogel vinden we toch de Cassowary (Kasuaris); een pikzwarte struisvogel met blauwe kop. Ze hebben gigantische poten met scherpe nagels die ze kunnen gebruiken als ze in gevaar komen. Ze worden om deze reden de gevaarlijkste vogels van de planeet genoemd. We zien er een in het wild en durven niet te dichtbij te komen.
Op Magnetic Island, waar we in een dagtocht per ferry naartoe varen (natuurlijk zoeken we de zee weer op) zien we de eerste walibi’s. Weliswaar op een rotsachtig strand waar ze gevoerd worden door toeristen maar we zien ze van dichtbij en kunnen ze goed ruiken…..De koala die we ook op dit eiland zien zit rustig in de boom eucalyptusbladeren te eten, wat een aaibaar beest is dit.
Een paar dagen later ziet Judith ineens een grasveld met wel 20 kangoeroes, hier kwamen we toch voor? Ze staan lekker te grazen en regelmatig hupsen ze een stukje verder voor een mals hapje. We genieten van deze wilde dieren die helaas na een aanrijding regelmatig dood langs de snelweg liggen . We sluiten onze 'wild life' tocht af met een bezoek aan de Australia Zoo, een dierentuin van de familie van Steve Irwin.
Brisbane
We leveren de camper weer in en hebben nog 3 nachtjes in een hotel in Brisbane alvorens we naar Nederland vliegen. Brisbane is een moderne, leuke stad die aan beide zijden van de Brisbane River ligt. Voor €0,45 per persoon stappen we op een van de ferry’s en zien de stad vanaf het water. Zo bezoeken we een aantal wijken, de universiteit en hippe restaurants. We boeken een kajaktocht en al peddelend voelen ons weer even helemaal thuis op het water.
Dan is het tijd om in te pakken en naar het vliegveld te gaan. Met een overstap in Shanghai en in Parijs zijn we na 26 uur in Amsterdam. We sluiten familie en vrienden weer in de armen. Drie weken samen in Nederland waarbij we in onze camper wonen, voornamelijk op minicamping 'Tussen Hemel en Aarde' in het Gagelbos, randje Utrecht. Op 1 juli vertrekt Geert, na een zwaar afscheid voor 4,5 maand, alleen naar Avalon in NZ. Het plan is om het eerste stuk solo richting Noord Australië te varen. Maar alles zal anders verlopen dan gepland…..